Welkom in het keukentje van Syts!

Logo_Keukentje_van_Syts_2-3.png


Leuk dat je langs komt in mijn keuken. Koken & vooral bakken is een hobby die ik graag met jullie deel. Het allerliefste bak ik: koekjes, taarten & brood!  

Ik maak het liefst simpele maaltijden die je zonder al te veel toeters en bellen klaar kunt maken. Met een gezin en een baan heb ik niet altijd tijd om lang in de keuken te staan!  

Meestal zijn de recepten van mijzelf, soms heb ik ze ergens anders gevonden. Dat staat er dan altijd bij. Ik heb de recepten en de foto's in elk geval allemaal zelf al eens gemaakt en zo nodig aangepast! 


Veel bak- en kookplezier!
Sytske

 

Het laatste nieuws

Mini appeltaartjes! Met een heerlijk dikke laag appeltaartdeeg (want dat is toch 't lekkerste deel van een appeltaart...) & een vulling van appeltjes met rozijnen en kaneel. Deze gebakjes zijn handig om uit te delen, want je hoeft geen taart meer aan te snijden!


Het is al weer een paar jaar geleden (in 2014, om precies te zijn) dat ik deze kleine taartjes voor 't eerst bakte. Toen wilde ik op mijn werk trakteren voor mijn verjaardag, maar het moest wel iets makkelijks zijn: iets zonder al te veel geknoei met het snijden van een taart. En dus besloot ik om 1-persoons appeltaartjes te maken (want appeltaart is immers altijd goed): kleine gebakjes die je zó uit kunt delen! Handig.

Het enige wat minder handig aan deze taartjes is hoe je ze heelhuids weer uit de vormpjes krijgt. Ik blijf er elke keer mee om knoeien. De allereerste keer plakten ze allemaal aan de muffinvorm vast, hoe goed ik die ook had ingevet. Dus daarna vette ik de muffinvorm in en zette ik er daarna ook nog eens papieren cupcakevormpjes in. Goed invetten is dan nog steeds belangrijk, want tijdens het bakken willen de randen van de taartjes alsnog wel aan de vorm vastplakken.

Een oplossing kan natuurlijk ook zijn om gewoon iets kleinere appeltaartjes in de cupcakevormpjes te maken. Als ze niet boven de papieren vormpjes uitkomen, gaan ze ook niet aan de muffinvorm plakken... Maar ja, dan krijg je zulke kleine taartjes... en ik wil wel mini appeltaartjes, maar niet zó mini! :-) Misschien gaat het overigens wel beter in een siliconen muffinvorm, maar die heb ik zelf niet. Moet ik misschien toch ook maar eens proberen! 

Miniappeltaartjes392-2.jpg

Ingrediënten voor 12 appeltaartjes

  • 400 gram zelfrijzend bakmeel (of 400 gram bloem + 12 gram bakpoeder)
  • 200 gram fijne kristalsuiker
  • 200 gram ongezouten roomboter, op kamertemperatuur
  • snuf zout
  • 1 zakje vanillesuiker
  • 1 middelgroot ei
  • 3 zoetzure appels (bijv. Elstar), geschild en in kleine stukjes 
  • 1 eetlepel kristalsuiker
  • 2 theelepels kaneel
  • handje rozijnen
  • beetje paneermeel
  • 1 geklutst ei om het deeg mee te bestrijken


En zo maak je ze

  1. Verwarm de oven voor op 170 graden. Vet een muffinvorm goed in en doe er daarna papieren cupcakevormpjes in. Je moet echt beide doen! Want ook met de papieren cupcakevormpjes er in plakken de taartjes heel snel aan de muffinvorm vast... en krijg ze er dan maar weer heelhuids uit! :-(
  2. Mix de boter, 200 gram suiker, bakmeel, zout, vanillesuiker en het ei door elkaar. Maak er een deegbal van, verpak dit in plastic folie en leg het even in de koelkast. 
  3. Meng de appelblokjes met 1 eetlepel suiker, de kaneel en de rozijnen. 
  4. Rol 2/3 van het deeg uit - het moet ongeveer een halve centimeter dik zijn. Steek 12 rondjes uit en vouw die in de muffinvorm. Het deeg is ruimschoots genoeg voor 12 taartjes met een lekker dikke laag deeg. Je kunt ook een dunnere laag deeg voor de bodem, zijkant & bovenkant gebruiken, dan kun je meer taartjes maken. Dan heb je wel wat meer appelvulling nodig, want bij dunner deeg past er meer vulling in de taartjes.
  5. Prik de bodem van alle taartjes even in met een vork en strooi er wat paneermeel in. Vul ze daarna met het appelmengsel.
  6. Rol ook de rest van het deeg uit en snijd er reepjes van. Bedek hiermee de taartjes kruislings. 
  7. Bestrijk het deeg met het geklutste ei.
  8. Bak de taartjes in 40 minuten gaar in de oven. Laat in de muffinvorm afkoelen op een rooster.  

 
Meer foto's (en het recept) vind je hier.

Lees meer »

Sinds onze vakantie in Slowakije ben ik verzot op brood met olijven er door heen. Deze week bakte ik een brood met olijven, walnoten en kaas. Zó lekker en binnen een uur klaar!


In onze voorraadkast stonden nog minstens 6 potten olijven. Beetje veel, hè! Ik kwam een poosje geleden olijven in de aanbieding tegen en dat kon ik toen niet laten staan. Niet dat ik op dat moment olijven nódig had, maar ja... Niet heel handig, want ik ben de enige thuis die olijven lust!

Door dit broodje ging een hele pot olijven, dus dat ruimde weer mooi een beetje op in de kast. En daar komt meteen nog een ander voordeel bij: omdat ik de enige ben die olijven eet, is dit broodje ook lekker helemaal voor mij alleen! Ik heb 'm in plakjes in de vriezer gedaan, met tussen elk plakje een stukje bakpapier. Kan ik er af en toe een stukje van bij de lunch nemen! 

Olijvenwalnootsodabrood292-1.jpg

Ingrediënten voor 1 klein brood

  • 320 ml halfvolle melk
  • 1,25 eetlepel citroensap
  • 400 gram bloem
  • 1 theelepel baking soda
  • 2 theelepels bakpoeder
  • 1 theelepel zout
  • 110 gram groene olijven, in stukjes
  • 100 gram walnoten, in stukjes
  • 50 gram geraspte 30+ kaas


En zo maak je 'm

  1. Verwarm de oven voor op 200 graden. Vet een cakeblik van 11,5 x 21 cm in met wat zonnebloemolie.  
  2. Mix de melk en citroensap door elkaar.
  3. Meng de bloem, baking soda, bakpoeder en zout met een garde door elkaar.
  4. Voeg de natte ingrediënten aan de droge toe en mix dit met een mixer met deeghaken door elkaar tot je een plakkerig maar gelijkmatig deeg hebt. Voeg dan de olijven, walnoten en kaas toe en mix dit er door heen. 
  5. Stort het deeg in het cakeblik. Zet het brood daarna meteen in de oven en bak het in 60-65 minuten gaar, tot de kerntemperatuur 95 graden is. Dek zo nodig na 30-40 minuten het brood af met een stuk aluminiumfolie, om te voorkomen dat de bovenkant te donker wordt. 
  6. Haal het brood uit de oven & meteen uit het cakeblik. Laat het brood afkoelen op een rooster. 


Meer foto's (en het recept) vind je hier.

Lees meer »

Appelvlaai

Appelvlaai

28 apr 2017 16:00

Appelvlaai! Met een écht raster er op. Niet eentje die je met allemaal losse stroken deeg maakt, maar met een deegraster uit één stuk! Ik maakte 'm met een speciale rasterroller.


Afgelopen weekend waren we er samen een paar dagen tussenuit. In Utrecht kwamen we een heel leuk kookwinkeltje tegen, waar ik zo'n roller voor rasterdeeg tegenkwam. Die moest natuurlijk mee! En dus moest er thuis meteen een taart komen, ook al duurt het nog wel een poosje voor er iemand bij ons thuis jarig is (in juni pas). Zo lang kon ik echt niet wachten :-)

En daarom maakte ik een appelvlaai. Want zo'n raster, dat doet me altijd als eerste aan vlaai denken. Ik had ook nog niet eerder een vlaai gebakken, dus dit was een mooi moment om dat ook eens te doen. 

Een appelvlaai is echt totaal anders dan een gewone appeltaart. Dat komt vooral door het deeg: een appeltaart maak je met een vrij kruimelig deeg met veel boter en suiker. In vlaaideeg zit veel minder vet en suiker, en bovendien maak je het met gist. Het deeg moet ook een tijd rijzen, net als bij brood - vlaaideeg is eigenlijk ook gewoon een soort brooddeeg. En dat proef je natuurlijk! Omdat er minder vet & suiker in zit is een appelvlaai trouwens ook ietsje minder ongezond dan een appeltaart. :-) 

Appelvlaai34-1.jpg

Ingrediënten voor 1 vlaai van 12 punten

  • 250 gram bloem
  • 5 gram zout
  • 30 gram fijne kristalsuiker
  • 7 gram instant gist
  • 40 gram ongezouten roomboter, op kamertemperatuur
  • 1 ei voor door het deeg
  • 100 ml water, op kamertemperatuur
  • 1 kilo zoetzure appels, bijvoorbeeld Elstar, geschild & in kleine stukjes
  • 3 theelepels kaneel
  • 3 eetlepels fijne kristalsuiker
  • 1 eetlepel Dr. Oetker citroenrasp (dit is een bakje kant-en-klare citroenrasp met suiker) 
  • 110 gram rozijnen
  • 1 geklutst ei om het deeg mee te bestrijken
  • 1-2 eetlepels fijne kristalsuiker
  • poedersuiker


En zo maak je 'm

  1. Mix met een garde de bloem, zout en 30 gram suiker door elkaar. Voeg daarna de gist toe en roer nogmaals goed door elkaar.
  2. Voeg de boter, het ei en water toe. Mix het met een mixer met deeghaken tot een soepel deeg. 
  3. Doe het deeg in een met zonnebloemolie ingevette kom, dek de kom af en laat het deeg bij kamertemperatuur 1 uur rijzen.
  4. Meng ondertussen de geschilde appels met de kaneel, 3 eetlepels suiker, citroenrasp en rozijnen. Zet daarna aan de kant. 
  5. Verwarm de oven voor op 200 graden. 
  6. Bestuif je werkblad met wat bloem. Stort het deeg er op en kneed het even goed door elkaar, zodat de lucht er uit is. Leg 1/3 van het deeg aan de kant, hiermee maak je straks de bovenkant van de vlaai. 
  7. Rol met een deegroller de andere 2/3 van het deeg uit tot een platte lap van zo'n 2-3 mm dik. Haal de deeglap los van je werkblad en laat 'm daarna even een paar minuten rusten. 
  8. Vet een quiche- of vlaaivorm van 26 cm in met zonnebloemolie of bakspray. Leg de deeglap er overheen en druk 'm voorzichtig in de randjes. Prik met een vork wat gaatjes in de bodem van de taart. Te veel deeg kun je makkelijk weg halen door even met de deegroller over de vorm te rollen. 
  9. Doe de appel-rozijnenvulling in de taart. 
  10. Bestuif je werkblad opnieuw met wat bloem. Leg het resterende deeg er op en rol dit met de deegroller uit tot een lap van zo'n 2-3 mm dik. Maak met een rasterroller een raster in het deeg, of snijd het deeg in lange smalle repen.
  11. Bestrijk de randen van het deeg dat al in de vorm zit met wat geklutst ei. Leg daarna het rasterdeeg (of de deegrepen) over de taart en druk hem goed aan bij de randjes. Haal overtollig deeg weg (tip: rol daarvoor de roller scheef over de rand van de vorm). 
  12. Besmeer de taart met geklutst ei en strooi er daarna suiker over heen.
  13. Bak de vlaai in 25-30 minuten gaar in de oven. Laat 'm daarna in de vorm afkoelen op een rooster. Bestuif de afgekoelde vlaai met een beetje poedersuiker.

 
Meer foto's (en het recept) vind je hier.

Lees meer »

Het zal jullie vast niet zijn ontgaan dat mijn favoriete recept - met stip! - een Fries suikerbrood is. Maar het maken maken van zo'n sûkerbôle is nog wel een projectje, & daar heeft lang niet iedereen zin in of tijd voor. Daarom dus een recept voor een snel suikerbrood, zonder kneden & rijzen!


Dit recept is niet alleen snel om klaar te maken, ik bedacht het ook super snel. Ik bedacht 's avonds om 20.00 uur ineens: "Zou ik ook een heel snel suikerbrood kunnen maken?" En een half uur later stond het in de oven. Als dat nou niet snel is?

Omdat ik 't zo snel bedacht moest ik het brood overigens wel met kleine korrels greinsuiker maken. Voor mijn gewone suikerbrood gebruik ik altijd een groter formaat korrels - daarmee krijg je van die lekkere, kleffe stukken in het brood. Maar die suiker was dus op. Het ging prima met de greinsuiker die ik nog wel had, al denk ik wel dat 't met grotere greinsuiker nog beter gaat. Iets voor de volgende keer! 

En hoe het smaakt? Ik vind 't erg lekker. Niet zo lekker als de échte sûkerbôle (serieus, die is nog véél beter!), maar het smaakt echt super goed! Zeker als je bedenkt dat je het deeg alleen even hoeft te mixen met een mixer, en 't daarna meteen in de oven kan om te bakken. Daar kan echt niks mis mee gaan. Ideaal als je niet 'n echte broodbakker bent, of als je maar heel weinig tijd hebt! 

Suikerbroodsnellevariant12-2.jpg

Ingrediënten voor 1 klein suikerbrood

Om het cakeblik mee in te vetten:

  • een flinke klont roomboter, op kamertemperatuur
  • 2 eetlepels fijne kristalsuiker
  • 25 gram greinsuiker/parelsuiker

Voor het brood:

  • 320 ml halfvolle melk
  • 1,25 eetlepel citroensap
  • 2 eetlepels gembersiroop
  • 400 gram bloem
  • 1 theelepel baking soda
  • 2 theelepels bakpoeder
  • 10 gram witte basterdsuiker
  • 1 theelepel zout
  • 1 theelepel kaneel
  • 150 gram greinsuiker/parelsuiker voor door het deeg
  • 50 gram greinsuiker/parelsuiker voor over het brood

 

En zo maak je 't

  1. Verwarm de oven voor op 200 graden. 
  2. Vet een cakeblik van 11,5 x 21 cm dik in met roomboter. Bestrooi de wanden van het blik daarna met de kristalsuiker. Strooi tot slot de greinsuiker over de bodem van het blik. Zet het cakeblik daarna even in de koelkast. 
  3. Mix de melk, citroensap en gembersiroop door elkaar.
  4. Meng de bloem, baking soda, bakpoeder, witte basterdsuiker, zout & kaneel met een garde door elkaar.
  5. Voeg de natte ingrediënten aan de droge toe en mix dit met een mixer met deeghaken door elkaar tot je een plakkerig maar gelijkmatig deeg hebt. Voeg dan de 150 gram greinsuiker toe en mix dit er door heen. 
  6. Stort het deeg in het cakeblik. Strooi de resterende 50 gram greinsuiker er over.
  7. Zet het brood daarna meteen in de oven en bak het in 55-60 minuten gaar, tot de kerntemperatuur 95 graden is. Dek zo nodig na 30-40 minuten het brood af met een stuk aluminiumfolie, om te voorkomen dat de bovenkant te donker wordt. 
  8. Haal het brood uit de oven & meteen uit het cakeblik (als je daar mee wacht krijg je het brood er niet meer uit, omdat de suiker dan is uitgehard en aan het cakeblik vast zit). Laat het brood afkoelen op een rooster. Bestrijk de bovenkant van het brood eventueel nog met een beetje gembersiroop, daar wordt het lekker klef & plakkerig van! 

 
Meer foto's (en het recept) vind je hier.

Lees meer »

Simpel is vaak gewoon 't lekkerst. En het mooist! Dit is één van mijn favorieten: een wit zuurdesem vloerbrood. Ik word al blij als ik er naar kijk! Oké - ik ben een beetje raar, ik weet het, haha!

Zuurdesembrood moet lang rijzen - en daardoor kun je 't niet 's ochtends vroeg al bakken. Of toch wel? Ik testte of het deeg in de koelkast ook goed wil rijzen. Dit is het resultaat: een wit zuurdesembrood.  

Ik heb lang aangehikt tegen het maken van zuurdesembrood. Je moet namelijk eerst een zuurdesemstarter hebben en dat kost je een paar dagen. Pas als je een goede actieve starter hebt - die zorgt dat het brood gaat rijzen, zodat je geen droge gist nodig hebt - kun je daadwerkelijk brood gaan bakken.

En dat gaat geweldig! Hoe fantastisch is het, als je met alleen maar pure ingrediënten een prachtig en lekker brood kunt maken! Daar word ik elke keer weer blij van. Het enige minpuntje van een zuurdesembrood is dat 't best veel tijd kost om er eentje te bakken. Een brood met gist rijst namelijk veel sneller dan een brood met zuurdesem: voor een desembrood heb je al gauw 5-6 uur rijstijd nodig. 

En dat betekent dat als ik zaterdagochtend het deeg kneed, we tussen de middag niet een vers brood op tafel hebben staan... Dat moet toch anders kunnen, dacht ik. Dus ik maakte het deeg al op vrijdagavond, zette het in de koelkast en was erg benieuwd hoe het er zaterdagochtend uit zou zien. Zou het goed zijn gerezen en resulteren in 'n mooi brood? 

Nou ja: hoe het afliep kun je op de foto's zien. Project méér dan geslaagd! Het rijzen in de koelkast ging heel goed - nog langzamer dan bij kamertemperatuur, maar dat was juist prima: konden wij ondertussen mooi slapen. En 's ochtends zag het deeg er heel goed uit. Ik heb 't nog even bij kamertemperatuur laten rijzen en in de loop van de ochtend gebakken. Maar als het deeg er goed uit ziet, is dat misschien wel niet eens nodig: dan kan het 's ochtends vroeg de oven al in. Kun je er mee ontbijten :-) 

Witzuurdesembrood24-1.jpg

Ingrediënten voor 1 groot brood

  • 665 gram goede tarwebloem (niet die uit de supermarkt, maar bijv. bij een molen vandaan)
  • 14 gram zout (2 theelepels)
  • 200 gram zuurdesemstarter
  • 400 ml handwarm water


En zo maak je het

  1. Meng de bloem en zout met een garde door elkaar.
  2. Roer de zuurdesemstarter en het water in een grote kom door elkaar.
  3. Doe de bloem er bij en kneed met je handen goed door elkaar.
  4. Laat het deeg 10 minuten staan. Kneed het daarna kort (1-2 minuten) en laat nogmaals 10 minuten staan. 
  5. Kneed het deeg op een schoon aanrechtblad met de hand in 5-10 minuten tot een soepel deeg dat je kunt uittrekken tot een bijna doorzichtig vliesje. 
  6. Bekleed een ronde schaal met een theedoek die je flink met bloem hebt bestoven. Rol van het deeg een bol en leg die in de schaal. Bedek het deeg met de punten van de theedoek. Zet daarna in de koelkast en laat het daar een nacht staan. Ik zette het deeg er 's avonds om 21.30 uur in. Ben je 's ochtends al begonnen aan het deeg en wil je het brood aan het eind van de dag bakken? Dan kun je het deeg ook bij kamertemperatuur zo'n 5-6 uur laten rijzen en daarna verder gaan bij stap 8.
  7. Haal 's ochtends het gerezen deeg uit de koelkast (ik deed dat om 09.00 uur) en laat bij kamertemperatuur nog even door rijzen. Ik liet het deeg nog twee uur rijzen, maar korter kan ook prima.
  8. Verwarm de oven voor op 240 graden. Zet onderin de oven een (lege) braadslede.
  9. Keer de kom voorzichtig om en leg het brood op een met bakpapier beklede bakplaat. Maak met een scherp mes een aantal keer kruislings sneden in het brood.
  10. Giet een kop water in de braadslede in de oven (dat zorgt voor stoom tijdens het bakken). Verlaag de oventemperatuur naar 220 graden, zet de bakplaat met het brood
    in de oven en bak het brood in 30-35 minuten gaar. Het brood is klaar als het hol klinkt als je er op klopt, of als de kerntemperatuur 95 graden is. Laat afkoelen op een rooster.


Meer foto's (en het recept) vind je hier.

Lees meer »

Over mij

Sytske2.jpg

Hoi! Leuk dat je hier een kijkje neemt. Op deze site deel ik wat ik bak & kook. Vroeger lustte ik bijna niks & stond ik al helemaal niet graag in de keuken, maar tegenwoordig is vooral bakken echt mijn hobby. Dat doe ik naast mijn werk & ons gezin. Ik ben getrouwd, moeder van drie jongens (geboren in 2007, 2009 & 2012), communicatieadviseur, christen en Friezin in hart & nieren. Ik ben vooral gek op suikerbrood, geitenkaas & chocolade!

Meer weten? Kijk dan bij over mij!

Nieuwsbrief

Wil je wekelijks de nieuwste recepten in je mail krijgen? Meld je dan hieronder aan voor de nieuwsbrief!

Logo_Keukentje_van_Syts_2-4.png