Gangmakers

Gepubliceerd op 21 januari 2018 om 14:00

"Neem je iets lekkers mee, iets zelfgebakken?" vroeg mijn broer gister. Tuurlijk! Dus ik bakte deze lekkere dikke gangmakers, met jam er in & chocolade er op. Eéntje ervan moesten we natuurlijk thuis even voorproeven... en die is unaniem goedgekeurd!


Gangmakers stonden al een tijdje op mijn lijstje om eens te gaan bakken. Ik vroeg me alleen af hoe je de cakejes bakt mét jam er in. Zakt die niet naar beneden? En hoe maak je nou van die rechte koeken, zonder dat het beslag er aan de onderkant van de bakring weer uitloopt?

De oplossing daarvan is heel simpel: je maakt deze koeken met twee soorten deeg! Wist ik dus helemaal niet. De bodem is gemaakt van een wat dikker 'Wenerdeeg'. Daar doe je de jam op, en vervolgens maak je het af met 'gewoon' cakebeslag. En dat bak je daarna dus zonder problemen in één keer in de oven! :-)

Gangmakers332-1.jpg

Ingrediënten voor 8 koeken

Voor het Wenerdeeg (de bodem):

  • 135 gram ongezouten roomboter, op kamertemperatuur
  • 65 gram witte basterdsuiker
  • 35 gram geklutst ei
  • 200 gram tarwebloem
  • 2 gram zout

Voor de vulling:

  • 8 flinke theelepels aardbeien- of frambozenjam

Voor de cakelaag:

  • 150 gram ongezouten roomboter, op kamertemperatuur
  • 150 gram kristalsuiker
  • 6 gram vanillesuiker
  • 3 eieren
  • 150 gram tarwebloem
  • flinke snuf zout

Voor de chocoladelaag:

  • 200 gram melkchocolade
  • 50 gram pure chocolade

En verder heb je nodig:

  • 8 bakringen van 8 cm doornsnede

 

En zo maak je ze

  1. Mix de boter en suiker voor het Wenerdeeg door elkaar. Mix daarna het ei er door. Voeg de bloem en zout toe en kneed het met je handen tot een glad deeg. Verpak het deeg in plastic en leg het minstens 1 uur in de koelkast om op te stijven. 
  2. Verwarm de oven voor op 160 graden. Bekleed een bakplaat met bakpapier. Leg de 8 bakringen op de bakplaat. 
  3. Mix de boter, suiker en vanillesuiker voor de cakelaag door elkaar. Mix daarna de eieren er door. Voeg de bloem en zout toe en mix het tot een glad beslag.
  4. Haal het Wenerdeeg uit de koelkast. Verdeel het in 8 even grote stukken. Draai hier met je handen balletjes van en druk die plat, zodat je cirkeltjes krijgt die net zo groot zijn als de bakringen. Leg in elke bakring een deegcirkel. Druk het deeg goed aan, zodat de ‘bodem’ van de bakring helemaal is bedekt met deeg. Je hoeft geen opstaande randjes te maken met het deeg, alleen de ‘bodem’ te bedekken (een bakring heeft natuurlijk geen bodem… je moet het bakpapier dat onder de bakring ligt in elk geval niet meer zien).
  5. Schep in het midden van elk deegrondje een flinke theelepel jam. Laat minstens 1 cm vrij tussen de jam en de bakring. 
  6. Verdeel het cakebeslag over de 8 ringen. Zorg dat de vormpjes goed gevuld zijn rondom de jam & bovenop de jam - je mag geen jam meer zien. 
  7. Zet de bakplaat in de oven en bak de koeken in ongeveer 30 minuten gaar. Je kunt met een satéprikker controleren of ze klaar zijn: kleeft er beslag aan, dan moeten ze nog een beetje langer bakken. 
  8. Haal de bakplaat uit de oven en laat 'm een minuutje staan. Haal daarna voorzichtig de bakringen om de koeken weg. Snijd de koeken zo nodig even los van de bakringen met een scherp mes. Leg daarna meteen een grote zware glazen snijplank (of iets dergelijks) op de warme koeken. Dat zorgt er voor dat ze mooi plat worden. Laat de koeken zo helemaal afkoelen.
  9. Smelt 2/3 van de chocolade au bain marie. Roer daarna de rest van de chocolade er door, totdat alles is gesmolten. Dip elke koek in de chocolade. Zet ze daarna op een bord, plank of rooster & laat de chocolade weer uitharden. 

 
Meer foto's (en het recept) vind je hier.

Reactie plaatsen

Reacties

Urgje moskokkel
7 jaar geleden

Ik snap het niet helemaal. Wener deeg goed aandrukken tot de randjes. Waar moet dan dat cakebeslag heen als dat ook tot de randjes moet?

Sytske
7 jaar geleden

Hoihoi,

Nee, als ik het zo lees dan beschrijf ik het niet helemaal duidelijk, hè? :-) Ik bedoelde:

Druk het deeg helemaal aan, zodat de ‘bodem’ van de bakring helemaal is bedekt met deeg. Je hoeft geen opstaande randjes te maken met het deeg, alleen de ‘bodem’ te bedekken (een bakring heeft natuurlijk geen bodem… je moet het bakpapier dat onder de bakring ligt in elk geval niet meer zien).

Maakt het dat wat duidelijker?
Groetjes, Sytske